Skip directly to content

Laatste nieuws

Vraag & Antwoord

Mensen rondom je informeren

Kinderen voorbereiden

Het voorbereiden van andere kinderen op de komst van een kind met downsyndroom is op jonge leeftijd meestal niet nodig. Peuters nemen anderen vaak nog zoals ze zijn. Ze zien geen probleem in een vriendje met downsyndroom. Ze zullen er meestal niet eens veel bijzonders aan ontdekken. Als er zo’n vanzelfsprekendheid is, dan is iets uit leggen aan de kinderen niet nodig.

Maar, als de kinderen wel duidelijk iets merken aan het kind met downsyndroom, omdat het echt heel opvallend anders is voor hen, dan kun je wel uitleg geven. Abstracte begrippen als 'handicap' hebben echter geen betekenis voor peuters en kleuters. Je zult het dan concreet moeten maken naar aanleiding van wat voor hen direct zichtbaar en ervaarbaar is. Soms kan ook een noodzaak voor uitleg en begeleiding ontstaan, wanneer de kinderen het kind met downsyndroom te veel gaan helpen.

Dan moet hen worden uitgelegd dat dit niet de bedoeling is, dat zij zelf ook dingen willen leren zonder dat een ander het steeds voor hen doet. Verder kan worden geadviseerd, als de communicatie tussen de kinderen en het kind met downsyndroom niet goed loopt, om te laten zien dat het kind met downsyndroom wel op je reageert, als je iets langer wacht. De andere kinderen ontdekken dat misschien zelf ook wel, maar zo niet, dan zou je hun dat kunnen voordoen.

Er zijn twee prentenboeken voor jonge kinderen: "Mijn zusje heeft downsyndroom" en "Noa heeft downsyndroom". Meer informatie over deze boeken kan u vinden in onze literatuurlijst.

Ouders informeren

Het kan zeker zinvol zijn om enige uitleg te geven over de komst van een kind met downsyndroom in een reguliere setting zoals een kinderopvang of school, aan de ouders van andere kinderen. Je moet er echter wel voor waken dat dit de komst van het kind niet te veel een lading van ‘bijzonderheid’ geeft. Daarom is het beter om hierover geen aparte bijeenkomst te organiseren, maar er iets over uit te leggen bij een bijeenkomst voor ouders die toch al op het programma staat.

Je kunt dan even kort toelichten waarom de crèche/kinderopvang/school openstaat voor de plaatsing van een kind met downsyndroom en hoe er eventueel extra ondersteuning is georganiseerd. Geef aan dat ouders met vragen altijd welkom zijn bij de leid(st)ers en bij de ouders van het betreffende kind. Soms kiezen crèches of scholen ervoor om er iets over in hun krantje te zetten.

Op de baby- en peuterleeftijd wordt integratie van een kind met downsyndroom door ouders van andere kinderen meestal gewoon geaccepteerd, en vaak hebben ze er zelfs sympathie voor. Ook vanaf de schoolleeftijd staan andere ouders er voor open.

Wel is het dan zeker belangrijk te verduidelijken dat de extra aandacht die het kind met downsyndroom nodig heeft en krijgt, niet “ten koste gaat” van de aandacht die andere kinderen behoeven. Uitleg over extra georganiseerde ondersteuning is dan wel noodzakelijk.